top of page

De Blauwe Kamer

De Blauwe Kamer is een van de meest verfijnde vertrekken op de Bel-etage. De kamer heeft een ovale plattegrond met een aangrenzende bedalkoof en werd oorspronkelijk als slaapkamer gebruikt door de Barones. De Lodewijk XVI-inrichting is rijk aan stucwerk, ornamenten en verfijnde details.

​

Tussen de pilasters bevinden zich bloemenmedaillons. Rond de schouw zijn wijnranken en andere decoratieve motieven aangebracht. Boven de spiegel bevindt zich een stuctrofee met tuingereedschap. De marmeren schoorsteenmantel draagt het monogram “RH”, dat vermoedelijk verwijst naar Maria Louise de Rosen-van der Heyden à Blisia.

​

Ook de kleur van de kamer vertelt een verhaal. De ruimte was later roze en wit geschilderd, terwijl onderzoek aanwijzingen gaf voor een oorspronkelijke blauwe afwerking. Uit kleuronderzoek bleek dat verschillende blauwe lagen in de geschiedenis van de kamer daadwerkelijk aanwezig zijn geweest.

​

Daarom werd de restauratie gebaseerd op verfonderzoek in plaats van alleen op de huidige naam van de kamer. De gekozen kleuren en vergulde details sluiten aan bij de historische aanwijzingen. De Blauwe Kamer laat zien hoe nauwkeurig een historische ruimte kan worden hersteld.

DSC00562.jpg
DSC00592.jpg

De Salon

De Grote Salon behoort tot de belangrijkste vertrekken van Kasteel Borgharen. De kamer bevindt zich in de torenkamer op de bel-etage en werd aan het einde van de achttiende eeuw ingericht als onderdeel van de grote verbouwing onder Charles-Servais de Rosen. De Maastrichtse architect Mathias Soiron ontwierp de lambrisering, schouwpartij en het stucplafond als één samenhangend interieur.

​

De wanden werden gevuld met grote geschilderde wandbespanningen van Pierre-Michel de Lovinfosse, voltooid in 1790. De doeken zijn ongeveer 3,25 bij 2,80 meter groot en tonen romantische pastorale taferelen. Herders en herderinnen bevinden zich in een idyllisch landschap met water, bomen en ranken.

 

In 1985 werden de wandbespanningen samen met de historische lambrisering verkocht en verdwenen zij uit Borgharen. Jaren later wist Ronny Bessems de doeken terug te vinden en werden negen van de tien teruggekocht, samen met de lambrisering. 

​

In 2025 werden de teruggekeerde doeken bij SRAL in Maastricht gerestaureerd. Daarbij werden vuil en vergeelde vernislagen verwijderd, waardoor oorspronkelijke kleuren, waaronder helderblauw in de luchtpartijen, opnieuw zichtbaar werden. In april 2025 keerden de gerestaureerde schilderingen terug naar Kasteel Borgharen.

De Grote Zaal 

De Grote Zaal, historisch ook aangeduid als de eetzaal of Roze Kamer, behoort tot het achttiende-eeuwse interieur dat onder Charles-Servais de Rosen werd vernieuwd naar ontwerpen van Mathias Soiron. De ruimte kreeg een verfijnde Lodewijk XVI-aankleding met houten wandbetimmeringen, een rijk stucplafond en een monumentale schoorsteenmantel.

​

Bijzonder zijn de fraai uitgewerkte stucreliëfs boven de vier deuren. Zij verbeelden scènes uit de klassieke mythologie: de opvoeding van Jupiter door de geit Amalthea, Jupiter met Europa, Ganymedes en Danaë, en de slapende Diana die door een sater wordt bespied. Deze voorstellingen geven de zaal een uitgesproken achttiende-eeuws karakter.

​

Ook bevonden zich hier portretten van Charles-Servais de Rosen en zijn echtgenote Maria Louise van Buel. De schilderijen werden gemaakt door Pierre-Michel de Lovinfosse en speciaal voor deze ruimte ingelijst. De portretten zijn later uit het kasteel verdwenen en bevinden zich tegenwoordig bij de familie De Moffarts in België.

​

De Grote Zaal laat daarmee zowel de verfijnde smaak van de familie De Rosen als de latere verspreiding van onderdelen van het oorspronkelijke interieur zien.

DSC00588.jpg
DSC07380 (1).jpg

De Hal

De Grote Hal vormt het centrale punt van Kasteel Borgharen en geeft toegang tot de belangrijkste vertrekken van de Bel-etage. De imposante eikenhouten balustertrap in Lodewijk XV-stijl dateert uit de verbouwing rond 1760. De trap voert naar de bovenliggende vertrekken en vormt al eeuwenlang een belangrijk onderdeel van de entree.

​

De hal en de aangrenzende halfronde vestibule zijn rijk gedecoreerd met negentiende-eeuwse

grisailleschilderingen. Oorspronkelijk waren hier onder meer natuursteenimitaties, nissen, klassieke figuren, putti en andere ornamenten te zien. De schilderingen waren later volledig overgeschilderd en daardoor jarenlang aan het oog onttrokken.

​

Tijdens de restauratie zijn de historische schilderingen laag voor laag weer tevoorschijn gehaald en zorgvuldig hersteld. Daarbij kwamen de oorspronkelijke decoratieve voorstellingen opnieuw volledig in beeld. Ook de aangrenzende vestibule is inmiddels gerestaureerd.

​

De Grote Hal laat hierdoor weer zien hoe rijk Borgharen oorspronkelijk was ingericht: een monumentale achttiende-eeuwse trap gecombineerd met zorgvuldig uitgewerkte schilderingen en klassieke ornamentiek. De entree vormt daarmee een indrukwekkende overgang naar de historische kamers van het kasteel.

De Wapenkamer

De Wapenkamer werd in 1895 ingericht als archiefkamer en kreeg een bewust historiserend karakter. Donkere houten lambriseringen, een grote archiefkast en een eiken vloer geven de ruimte een statige uitstraling. Op het plafond en in de decoratie zijn wapens aangebracht die herinneren aan families uit de geschiedenis van Borgharen.

​

Onder deze geslachten bevinden zich Van Haren, Van Hamal van Elderen, Scheiffart van Merode, Van Isendoorn à Blois, Van der Heyden à Blisia, De Rosen, De Brigode de Kemlandt en De Selys-Longchamps. Iedere naam vertegenwoordigt een andere periode waarin een familie het kasteel bezat of bewoonde.

​

Daardoor is de Wapenkamer meer dan een verzameling wapenschilden. De ruimte laat zien hoe Borgharen door erfopvolging, huwelijken en verkoop steeds in andere handen kwam.

​

De kamer werd ontworpen als herinnering aan het adellijke verleden van het kasteel. De combinatie van houtwerk, archiefmeubilair en familiewapens maakt de Wapenkamer tot een tastbare familiegeschiedenis, waarin bijna acht eeuwen Borgharen samenkomen binnen één indrukwekkende ruimte.

wapenkamer after.jpeg
16. BORGHAREN - CHINESE KAMER  ca 1946 foto A. Frequin Den Haag  .jpeg

Chinese Kamer

De Chinese Kamer ontstond in de achttiende eeuw, toen chinoiserie in Europese kastelen bijzonder populair was. De stijl combineerde Europese interieurkunst met een fantasierijke voorstelling van China en het Verre Oosten. Borgharen kreeg hierdoor een kamer die sterk verschilde van de overige vertrekken.

​

De wanden waren oorspronkelijk bedekt met grote beschilderde doeken in blauwe tinten. De voorstellingen waren geïnspireerd op voorbeelden van de Franse kunstenaar Jean Pillement. Ook de schouw en het meubilair werden aangepast aan het Chinese thema, waardoor de ruimte oorspronkelijk als één compleet interieurensemble werd ervaren.

​

Dat ensemble is helaas grotendeels verdwenen. In de twintigste eeuw werden de beschilderde wanddoeken, meubels en andere onderdelen uit het kasteel verwijderd en verkocht. De Chinese Kamer die vandaag zichtbaar is, is daardoor slechts een deel van de oorspronkelijke inrichting.

​

Juist dit verhaal maakt de ruimte bijzonder. De kamer vertelt niet alleen over de achttiende-eeuwse liefde voor exotische kunst, maar ook over het verlies van waardevol erfgoed. Foto's en historische beschrijvingen blijven belangrijk voor het begrijpen van wat hier ooit aanwezig was.

De Grafkelder

Onder Kasteel Borgharen ligt de grafkelder van Philibert van Isendoorn à Blois, zijn vrouw Adelheid van Agris en hun familie. Philibert verwierf Borgharen in 1647. Omdat hij protestants was, kon hij niet in de katholieke parochiekerk worden begraven. Daarom werd onder het kasteel een eigen crypte ingericht.

​

De grafkelder bleef eeuwenlang gesloten, maar kreeg in de twintigste eeuw een opmerkelijke geschiedenis. De kisten raakten in verval en de gemummificeerde lichamen werden uiteindelijk uit de kelder verwijderd. De stoffelijke resten raakten verspreid. De schedels van Philibert en Adelheid kwamen bij een Zwitserse verzamelaar terecht en werden later op eBay aangeboden.

​

De huidige eigenaar Ronny Bessems wist de schedels in 2017 op te sporen. Samen met Amal bracht hij deze bijzondere resten terug naar Borgharen. De overige resten zijn helaas niet teruggevonden; volgens overlevering zouden delen ervan in de kasteeltuin zijn begraven.

grafkelder.jpg
11885049_427121767477394_7646143482887836724_o.jpg

Romeinse Kamer

De Romeinse Kamer, historisch bekend als de Chambre Romaine, behoort tot het achttiende-eeuwse interieur van Kasteel Borgharen. De ruimte werd ingericht in de klassieke smaak van die tijd, toen Europese opdrachtgevers zich lieten inspireren door de kunst van Rome en de nieuw opgegraven steden Pompeï en Herculaneum.

​

De wanden kregen pseudo-Pompeïaanse schilderingen, terwijl stucwerk, schouw, alkoof en meubilair samen een rijk geheel vormden. De Maastrichtse architect Mathias Soiron ontwierp het interieurprogramma; het sierstucwerk wordt in verband gebracht met Petrus Nicolaas Gagini.

​

De kamer kende later een veel minder glanzende geschiedenis. Tijdens de periode van verval werden delen van de oorspronkelijke inrichting verkocht. Het meubilair en de historische wanddecoraties verdwenen uit Borgharen en raakten verspreid.

​

Daarom is de Romeinse Kamer tegenwoordig ook een herinnering aan wat verloren ging. De overgebleven architectuur laat zien hoe indrukwekkend het vertrek ooit moet zijn geweest, terwijl de verdwenen onderdelen duidelijk maken waarom interieurrestauratie bij Borgharen zo belangrijk is.

De Stallen

De Stallen en het koetshuis vormden een belangrijk onderdeel van het dagelijkse leven op Kasteel Borgharen. Het kasteel was vroeger een compleet landgoed waarin niet alleen gewoond, maar ook gewerkt, vervoerd en verzorgd werd.

​

Paarden waren onmisbaar voor het reizen en voor het vervoer van bewoners, gasten en goederen. Koetsen kwamen via het voorplein aan, waarna paarden werden uitgespannen, gevoerd en verzorgd. De rijtuigen werden in het koetshuis gestald en onderhouden.

​

De oorspronkelijke functie van de stallen is nog herkenbaar aan verschillende historische onderdelen. Oude ijzeren ruiven, hardstenen waterbakken en gewelfde ruimten herinneren aan de manier waarop hier eeuwen geleden met paarden werd gewerkt.

​

Juist daardoor zijn de Stallen belangrijk voor het complete verhaal van Borgharen. Ze maken zichtbaar hoeveel mensen, dieren en voorzieningen nodig waren om een groot adellijk huishouden te laten functioneren. Zo blijft ook het dagelijks werk rond het kasteel zichtbaar in het monument.

WAR_3421.jpeg
DSC_2394_01-1536x1022.jpg
bottom of page