Wapenkamer

bouwhistorie

Foto vanuit kerktoren rond 1890

1200?

Wanneer is het kasteel gesticht? En door wie? Er is niemand die het echt weet, maar er moet in 1152 al sprake zijn geweest van een domeinhoeve. Aan het einde van de 12de of het begin van de 13de eeuw bouwden de ridders van Haren een torenburcht bij. Hun beweegredenen waren prozaïsch: de koopvaart op de Maas beloofde een gestage stroom aan tolgeld, dan wel roofbuit.


Bijna alles over deze bouwfase is speculatief. We weten niet of de eerste burcht van hout of van steen was en zelfs de locatie is niet helemaal zeker. Onze best guess is een forse, stenen woontoren op het hetzelfde grondvlak als zijn opvolger, want de huidige torenkelder zou wel eens de oorspronkelijke fundering kunnen zijn.

Kasteel van Moncontour

De donjon van Moncontour geeft een indruk van Borgharen in de 13de eeuw.

1400

In 1318 maakten de roofridders het te bont. De Maastrichtenaren konden de tol niet meer verdragen en vroegen de prins-bisschop om hulp. Die verleende hij kordaat: “Die toren wart tier selver stont / Te broken, al tote den gront,” schreef Jan van Boendale. In andere woorden, de burcht werd met de grond gelijk gemaakt. De wederopbouw begon pas toen Borgharen na 1330 bij Brabant kwam.


De toren verrees uit zijn as en kreeg gezelschap van een zware ringmuur. Die muur wordt soms een bouwfase eerder gedateerd, maar de onderste laag bestaat bijna helemaal uit puin; waarschijnlijk de brokstukken van de eerste toren. We weten niet of de muur helemaal rond was, zoals bij Teylingen, of enkel de Maaszijde afsloot

Kasteel van Teylingen

De ruïne van Teylingen met zijn ringmuur. Kasteel Borgharen had ooit een vergelijkbare indeling.

1600

Op de valreep van de middeleeuwen werd het kasteel een tweede maal geplunderd. Willem van der Marck, het ‘Zwijn van de Ardennen’, trok door het Maastrichtse achterland en waagde in 1483 een belegering van Borgharen. De burcht werd ernstig beschadigd en lijkt weer een tijd leeg te hebben gestaan, tot hij in de 16de eeuw in handen kwam van de heren van Merode. Zij hebben het kasteel hersteld en langzaam gemoderniseerd.


De 16de-eeuwse verbouwingen schiepen de kern van het huidige gebouw. De oostelijke helft van de ringmuur, als die ooit heeft bestaan, werd weggebroken. Daarna werd de ruimte tussen muur en toren opgevuld met nieuwe gebouwen, zodat de ringmuur een gevel werd. Aan de andere zijde verrezen de tweelingtorens die tot vandaag de dag het vooraanzicht bepalen.

Oudste tekening

De oudst bekende tekening van Kasteel Borgharen, uit het begin van de 16de eeuw.

1700

De heren van Merode verkochten landgoed en kasteel in 1647 aan Philibert van Isendoorn. Philibert, de nieuwe commandeur van Maastricht, was een pronkzuchtig man. Hij bracht de metamorfose van burcht naar buitenplaats tot voltooiing en verbouwde Borgharen tot een van de mooiste huizen in de Maasvallei. Maar de Merodes hadden hem opgelicht met verborgen renten. Zijn erfgenamen gingen failliet en moesten het kasteel weer verkopen.


Er zijn geen betrouwbare afbeeldingen van het Merode-kasteel, dus we weten niet wat Philibert precies heeft versleuteld. Hij liet in elk geval de torens verhogen en bouwde een grote binnenplaats aan de oostzijde. De landbouwbedrijven verdwenen naar een gescheiden kasteelhoeve. Waarschijnlijk was Philibert ook verantwoordelijk voor de uitbundige westgevel, vereeuwigd door Valentijn Klotz en Jan de Beijer.

Tekening Jan de Beijer

De westgevel (voormalige ringmuur) volgens Jan de Beijer, circa 1740. De burchttoren was 38 meter hoog.

1800

De nieuwe eigenaren investeerden weinig in hun bezit. Het kasteel werd nauwelijks onderhouden en oogt duidelijk verwaarloosd op de tekening van De Beijer. Toen het kasteel in handen kwam van baron Charles de Rosen, maakte hij op dramatische wijze schoon schip. Geen topgevels, geen pinakels, zéker geen hoge torens. Het kasteel moest voldoen aan het strakke landhuisideaal van de 18de eeuw. 

Mathias Soiron, de gevierde architect, kreeg de leiding over het project. De bouwvallig geworden middentoren moest het in 1776 als eerste ontgelden. De hoogte werd gehalveerd en het restant verdween achter een nieuwe voorgevel. De 17de-eeuwse oostvleugel ging eveneens onder de sloophamer; zo opende Soiron de binnenplaats en haalde hij meer licht naar binnen. Zijn  zijn grootste triomf was ongetwijfeld het interieur. De elegante zalen in Lodewijk XVI-stijl kunnen ook nu nog worden bewonderd.

Oostgevel rond 1890

De oostgevel in de 19de eeuw. Soiron heeft de oude middentoren verborgen, maar niet gesloopt.

1900

Borgharen werd in 1886 geërfd door baron Raphaël de Selys-Longchamps, die nog steeds enige bekendheid geniet als fotograaf en amateur-wetenschapper. Hij was de laatste edelman die zijn stempel op het kasteel zou drukken. Met zijn dood in 1911 begon de lange eeuw van verslonzing en verslapping.


Raphaël heeft de hoeve en de dienstvleugels grondig gemoderniseerd, maar besefte de waarde van het hoofdgebouw en was daar juist erg terughoudend. Hij heeft het interieur verder verluchtigd en de buitenzijde op bescheiden wijze laten restaureren.  Toch is hij misschien wel de belangrijkste bewoner in de geschiedenis van het kasteel. Zijn duizenden foto’s van Borgharen en omgeving verankeren namelijk onze eigen restauratie, anderhalve eeuw na die van hem.

Oostgevel rond 1900

Kasteel Borgharen omstreeks 1900, na de restauratie van Raphaël.

Borgharen door Van Gulpen